de Clumber Spaniël

De rasstandaard is recent door de FCI aangepast.   De aangepaste stukken zijn cursief gedrukt.  Hier vindt u de link naar de officiële FCI standaard

  • Algemeen beeld van de Clumber Spaniël                                               
  • De herkomst van de Clumber Spaniel is niet met zekerheid te achterhalen. De legende wil dat de voorouders een thans uitgestorven Spanielsoort uit de Alpen en een Basset zijn. Het ras ontstond in Frankrijk op het landgoed van de Hertog de Noailles, waar het in de meutes werd gebruikt als drijfhond of apporteur. Bij het uitbreken van de Franse Revolutie (1789) bracht de hertog al zijn honden naar zijn vriend, de Hertog van Newcastle, waar ze werden gehuisvest op het landgoed “Clumber Park”. Daar hebben ze hun naam aan te danken.                                                                              Het is een zeer zware hond en zijn werksnelheid is daardoor rustiger dan die van andere Spaniëls.   Sinds  de jaren ’50 was het toegestaan dat de Clumber meer massa kreeg en zwaarder werd,  maar inmiddels is  het ideale gewicht voor reuen rond 34 kg.    Op dit moment komen er nog wel zwaardere types voor.   Maar liefhebbers van het ras moeten ervoor waken  dat met het gewicht van de Clumber  de achterhand niet verzwakt.

Clumber_Park_Jones

  • Indeling FCI
    Groep 8 : apporteerhonden van wild
    opstoothonden van wild
    waterhonden
    Sectie 2 : opstoothonden van wild
    Met bewijs van werk ( werkboekje)
  • Sociale omgang:
    De Clumber spaniël is een rustige hond, zonder enige agressie tonend.
    Bij begroetingen kan de kennismaking zeer enthousiast zijn. In het veld willen ze weleens hun neus volgen en omdat de Clumber zeer zelfverzekerd is, kan het gebeuren dat de hond niet reageert op het terugroepen. Met veel en geduldig trainen valt dit wel te corrigeren.

De RasSTANDAARD

  • Algemeen:
    Evenwichtig gebouwd, goed van botten, actief met een bedachtzame uitdrukking;  het geheel komt krachtig over.  De Clumber moet geschikt zijn om een dag in het veld te kunnen werken.
  • Karakter:
    Stoïcijns, grootmoedig, zeer intelligent met een zelfzekere houding, die zijn natuurlijke aanleg benadrukt. Een stille werker met een prima neus.
  • Eigenschappen:
    Rustig, evenwichtig, betrouwbaar, aanhankelijk, gereserveerder dan andere  spaniëls, maar nooit agressief en niet bang.clumber-spaniel-tekening-SKK
  • Hoofd en schedel:
    Groot, vierkantig, massief, van middelmatige lengte, breed bovenaan met een duidelijke achterhoofdsknobbel, zware wenkbrauwen en een diepe stop. Zware vierkante voorsnuit met goed ontwikkelde bovenlippen.
    Geen overdrijving in hoofd en schedel.
  • Ogen:
    Zuiver, donker amberkleurig.       Iets bindvlies tonend , doch zonder enige overdrijving.  Volle, lichtgekleurde ogen zijn niet gewenst.   Geen duidelijke oogproblemen tonend.
  • Oren:
    Groot, in de vorm van een druivenblad.   Goed bedekt met sluik haar en iets naar voren hangend. Het haar reikt niet verder dan de huid van het oor.
  • Gebit:
    Sterke kaken met een volmaakt, regelmatig en volledig schaargebit d.w.z.  de boventanden vallen juist over de ondertanden en de tanden staan recht in de kaak.
  • Hals:
    Tamelijk lang, dik en krachtig.
  • Voorhand:
    Sterke gespierde schouders en schuin liggend.
  • Benen :
    kort en recht met stevige botten.
  • Achterhand:
    Zeer krachtig en goed ontwikkeld. Lage hakken. De kniegewrichten goed gehoekt en recht geplaatst.
  • Lichaam:
    Lang,  goed bespierd en sterk.   De rug recht, breed en lang.  Goed bespierde lendepartij.  Diepe  borstkas.  Goed geronde ribben naar achter goed ontwikkeld.  Slechts licht oplopende buiklijn.
  • Voeten:
    Groot en rond, goed bedekt met haar.
  • Staart:
    Laag aangezet, goed behaard en moet in het verlengde van de ruglijn gedragen worden.
  • Niet- gecoupeerde staart :
    Laag aangezet, goed behaard , op rughoogte gedragen,
    stevig aan de basis, middelmatige lengte.
  • Gang – beweging:
    Rollend gangwerk, dit overeenkomstig met het lange lichaam en de korte benen. Ruime beweging en recht lopend met veel stuwkracht.
  • Vacht:
    Overvloedig, dicht ingeplant, zijdeachtig en sluik. Benen en borst goed behaard.
  • Kleur:
    Effen wit op het lichaam gewenst met citroenkleurige tekeningen, oranje is toegestaan. Lichte markering op het hoofd en sproeten op de voorsnuit.
  • Gewicht:
    Het ideale gewicht voor reuen is tussen 29,5 en 34 kg en voor teven tussen 24 en 29,5 kg.
  • Fouten:
    Elke afwijking van de bovenvermelde punten moet als fout aanzien worden en de mate waarin de fout wordt toegekend moet in verhouding staan tot het geheel.
  • Diskwalificerende fouten:                                                                                         Agressieve honden en honden die angstig of overdreven verlegen zijn.   Alle honden die fysieke of mentale problemen laten zien.
  • Opmerking:
    Reuen behoren voor het oog duidelijk twee waarneembare testikels te hebben, welke volledig in het scrotum zijn afgedaald. Alleen functionele en klinisch gezonde honden met typische ras eigenschappen zouden voor de fok gebruikt mogen worden.